Welkom bij MERIAL Nederland
Home > Voor gezelschapsdieren > Konijnen > Ziekten: Infectieziekten
- Infectieziekten: “Myxomatose”
- Infectieziekten: “Viraal Haemorrhagische Syndroom (V.H.D.)”
- Infectieziekten: “Coccidiose”
- Infectieziekten: “Pasteurella”
Infectieziekten bij het konijn
Konijnen zijn heel kwetsbaar voor ziekten; vooral voor myxomatose en V.H.D., twee virusziekten. Als een konijn zo’n ziekte eenmaal heeft, is het meestal niet meer te redden. Tamme konijnen moeten dus ook ingeënt worden tegen deze ziekten:
- eenmaal per jaar tegen V.H.D. en
- minimaal tweemaal per jaar tegen myxomatose
Myxomatose
Myxomatose is een door een pokkenvirus veroorzaakte ziekte bij konijnen. Een verwant virus veroorzaakt bindweefselknobbeltjes (fibromatose). Sinds de jaren vijftig is Myxomatose een ziekte die zich in sterke mate verspreid heeft. Myxomatose leidt ieder jaar weer tot aanzienlijke sterfte onder wilde en tamme konijnen. De ziekte wordt veroorzaakt door het myxomatosevirus. De verspreiding van deze ziekte kan op verschillende manieren verlopen. Bij de traditionele Myxomatose is verspreiding via de stekende insecten zoals vlooien, muggen en vliegen de belangrijkste factor. Ook is besmetting via direct contact met besmette dieren of materialen mogelijk. Wanneer een infectie in een groep konijnen is aangeslagen, is het verloop zeer moeilijk te beïnvloeden. Preventieve maatregelen, waaronder vaccineren, zijn daarom van essentieel belang.
Tegen Myxomatose zijn vaccins ontwikkeld op basis van fibromatosevirus en van verzwakt myxomatosevirus.
Symptomen
Jonge konijnen zijn gevoeliger dan volwassen dieren. De tijd tussen de besmetting en het zien van de eerste symptomen bedraagt enkele dagen tot een week. In de huid van aangetaste dieren ontwikkelen zich weke bobbels (myxomen). Voorkeursplaatsen voor deze weke bobbels zijn: rond de ogen, de snuit, de oren en anaalstreek. Na verloop van tijd kleven de oogleden aan elkaar en ontstaan er vaak een pussige oog- en neusvloeiing. Veel konijnen sterven door een Myxomatose infectie.
Helaas ontwikkelt de ziekte steeds vaker een niet klassiek symptoombeeld, waardoor de ziekte gemakkelijk over het hoofd kan worden gezien.
Preventie
a. Zorg dat de konijnen niet in aanraking komen met het virus.
Dit kan men o.a. bereiken door insecten te weren door middel van fijnmazig gaas, vlooienbestrijding enzovoort. In de praktijk blijkt dit vaak een onmogelijke opdracht.
b. Vaccinatie.
De meest geschikte tijd om tegen Myxomatose te vaccineren is het voorjaar (april, mei), aangezien het gevaar op besmetting via insecten in de zomer het hoogst is.
De basisvaccinatie tegen Myxomatose bestaat uit een tweevoudige vaccinatie. De eerste vaccinatie wordt veelal gegeven op een leeftijd van 4 à 5 weken (net ná het spenen), met de tweede vaccinatie op 12 weken leeftijd. Vervolgens moet tenminste 2 keer per jaar worden gevaccineerd. Het is zeer raadzaam de dieren tenminste één herhalingsenting te laten geven in de maand juli of augustus. Echter, afhankelijk van het klimaat komen stekende insecten soms het gehele jaar voor in Nederland. Er is dan het gehele jaar kans op infectie en moet er 3 tot wel 4 keer per jaar worden gevaccineerd.
Vraag uw dierenarts naar het meest optimale vaccinatieschema voor uw konijn(en).
Viraal Haemorrhagische Syndroom (V.H.D.)
Viraal Haemorrhagic Disease, in Nederland wel het Virale Haemorrhagische Syndroom genoemd, is een zeer besmettelijke en vaak dodelijke konijnenziekte. V.H.D. werd in 1984 voor het eerst in China waargenomen.
Jonge dieren zijn ongevoelig voor V.H.D. De ziekte komt niet voor bij dieren die jonger zijn dan vier weken en slechts sporadisch bij dieren tussen de vier en acht weken. Deze ongevoeligheid bij jonge dieren is niet goed te verklaren. Boven de leeftijd van twee maanden en ouder worden dieren getroffen. Vooral jonge voedsters zijn erg gevoelig.
De ziekte kan zich snel via o.a. ontlasting, besmette dieren en materialen (o.a. vers gesneden gras) verspreiden.
Symptomen
De symptomen van de ziekte zijn opvallende bloedingen in de luchtpijp, de longen en soms in het long- of buikvlies. Vanwege deze kenmerkende bloedingen is de naam Viral Haemorrhagic Disease aan de ziekte gegeven. Haemorrhagic betekent namelijk “gekenmerkt door bloedingen”.
De tijd tussen de besmetting en het zien van de eerste symptomen bedraagt 1-3 dagen. We kunnen 3 vormen onderscheiden:
- zeer snel: gekarakteriseerd door plotselinge dood
- snel verlopende vorm:
- depressie
- stoppen met eten
- ernstige benauwdheid veroorzaakt door oedeem (vloeistofophoping) in de voorste luchtwegen
- plotselinge apathie (afwezigheid) tezamen met hoge koorts (40° C - 41,5° C)
- incoördinatie
- soms strekkrampen, schreeuwen en tandenknarsen tijdens het doodgaan; en sterfte
- vaak ziet men in het laatste stadium een schuimige,
- bloederige neusvloeiing ten gevolge van longbloedingen, gevolgd door de dood.
- milde vorm: deze vorm is zeldzaam, herstel volgt en de konijnen hebben weerstand.
De sterfte na een V.H.D.-besmetting kan oplopen van 75% tot 100%.
Preventie
a. Maatregelen ten aanzien van konijnenhouderij.
(strikte hygiëne, quarantaine van nieuw aangekochte dieren, enz.)
b. Vaccinatie geeft goede bescherming.
Deze eerste vaccinatie tegen V.H.D. wordt in de praktijk veelal gegeven op een leeftijd van 10 tot 12 weken. Konijnen dienen eenmaal per jaar aan het begin van de fokperiode te worden gevaccineerd. Het is daarnaast aan te bevelen hobby- en fokkonijnen tenminste eenmaal per jaar te vaccineren. Deze konijnen lopen immers een groter gevaar in contact te komen met besmet materiaal in de tuin of op tentoonstellingen. Bij zeer hoge V.H.D. infectiedruk kan worden overwogen om al na 8 maanden de herhalingsvaccinatie te geven of de eerste vaccinatie al toe te dienen vanaf een leeftijd van 4 weken.
Vraag uw dierenarts naar het meest optimale vaccinatieschema voor uw konijn(en).
Coccidiose
Coccidiose is een ziekte die wordt veroorzaakt door een infectie met een eencellige organisme uit de groep parasieten (klasse Sporozoa). Deze parasieten leven meestal in de cellen van het darmslijmvlies van allerlei diersoorten. Konijnen met coccidiose vertonen hardnekkige diarree. Ga naar uw dierenarts voor de juiste therapie om deze eencellige parasiet te bestrijden.
Pasteurella
Pasteurella is één van de meest voorkomende en meest verspreide ziekten bij konijnen en wordt veroorzaakt door de bacterie Pasteurella multocida die men in de luchtwegen van, veelal slecht gehuisveste, konijnen kan vinden. Deze bacterie dragen ze ongelukkigerwijs steevast bij zich in hun lichaam. De organismen gedragen zich rustig, maar slaan toe bij het minste teken van zwakte in het afweersysteem van het konijn. Het afweersysteem kan verzwakken door slechte voeding, slechte leefomstandigheden, stress, andere ziekten of langdurige blootstelling aan erge hitte of kou. De bacterie kan een deel of gedeelte van het lichaamsstelsel aantasten, wat kan worden herkend aan verschillende symptomen.
Symptomen
Het meest voorkomende en goed herkenbare symptoom is een situatie die "snot" wordt genoemd, met niezen, een natte neus en vieze voorpootjes van het steeds schoonmaken van de rommel die zich op/rond de neus ophoopt.
De neus en ogen kunnen ontstoken raken, wat zich zal uiten in uitvloeiingen, hoesten, spijsverteringsstoornissen, longontsteking en vermagering. Als de ontsteking opklimt richting het middenoor/evenwichtsorgaan kunnen er ook “draainekken” voorkomen (ook wel torticollis genoemd).
Ernstige bloedvergiftiging (ziekte die zich door het bloed verspreidt), longontsteking, huidontstekingen, pusophoping, melkklierontsteking, baarmoederontsteking, ontsteking van één of beide zaadballen, abcessen in de geslachtsorganen, onvruchtbaarheid veroorzaakt door Pasteurella, kunnen tot de dood leiden. Overige symptomen van Pasteurella zijn abcessen en zweren, evenals kapotte hakgewrichten (sorehocks).
Preventie
Pasteurella kan worden bestreden door gebruik van een geschikt antibioticum voor een langere periode. Om de infectie onder controle te krijgen moet het antibioticum vier tot zes weken (of soms zelfs langer) worden toegediend. Zieke dieren moeten bij de anderen vandaan gehaald worden, omdat Pasteurella zeer besmettelijk is. Omdat konijnen een grote darmgevoeligheid hebben, kunnen slechts een beperkt aantal antibiotica bij konijnen worden toegepast.
